Artikel BN DeStem | Henk Strikkers
Foto René Schotanus/Pix4Profs
Hij voelt zich geen vreemde eend in de bijt, maar bijzonder is Stijn Hagenaars wel. De Bredanaar werkt namelijk op kinderdagverblijven in West-Brabant, waar veruit de meeste medewerkers vrouw zijn.
Jarenlang werkte Stijn Hagenaars (34) als kok. Maar toen hij diep in zijn hart keek vond hij die weken dat hij als begeleider bij een zomerkamp werkte veel interessanter dan de rest van het jaar in de keuken. “Het oprechte dat kinderen hebben, dat vind ik geweldig. Ze zijn zoals ze zijn.”
Zes jaar geleden zette de Bredanaar de stap. “Ik solliciteerde voor een leerwerkplek bij Kober. Tijdens het gesprek bleek dat ik door mijn achtergrond en eerdere studie al een goede basis had om direct met de groep te starten.” Hagenaars had in het verleden al twee jaar psychologie gestudeerd, maar was daarmee gestopt.
Die eerste dag kan hij zich goed herinneren. “Dat was op de tussentijdse opvang en daarna de buitenschoolse opvang, met kinderen van 4 tot 6 jaar. Dan komen die kinderen binnen, eten ze wat aan tafel. Daarna gaan ze lekker buitenspelen. Het klinkt simpel, maar op die dag kwamen er bij mij veel emoties los. Ik had een nieuwe kans gekregen, ik kon opnieuw groeien.”
Zes jaar lang werkte Hagenaars in alle groepen van de kinderopvang, van 0 tot 12-jarigen. “Ik wilde alles doen, alles leren. Peuters vond ik echt heel leuk.” Maar hij kent ook de reacties die dat bij ouders kan oproepen: een man op een kinderdagverblijf.
Gevoelskwestie
“Als gevoelskwestie snap ik waar dat vandaan komt, maar als je het feitelijk beredeneert niet”, zegt hij. “Dat is alleen maar gebaseerd op wat er in het nieuws komt, niet op wat ik kom bijdragen aan de ontwikkeling van een kind.”
“Sommige collega’s moesten in het begin ook even wennen. Zo kreeg ik weleens de tip om mezelf eerst aan ouders voor te stellen voordat ik luiers ging verschonen. Maar andere medewerkers doen dat ook niet. Ik ben open en eerlijk over wie ik ben en wat ik doe. Maar ik ga niet anders doen dan collega’s. Als je daar met je collega’s over praat en verbinding opzoekt, dan begrijp je elkaar beter.”
“Ik weet dat er één keer ouders zijn geweest die hebben gezegd dat ze het niet fijn vonden dat er een man op de groep staat. Kober, mijn werkgever, is pal achter mij gaan staan. Dat voelde heel goed.” Hij weet ook dat niet alle kinderopvangorganisaties er zo in staan.
Tegelijkertijd kunnen mannen volgens hem veel bijdragen in de kinderopvang. “Ik merk dat ik zelf wat minder snel ingrijp bij risicovol spel. Sommige collega’s zien stoeiende kinderen snel als chaos, terwijl ik het ook als onderdeel van hun fysieke ontwikkeling zie.”
“Daar ga ik dan het gesprek over aan”, zegt hij. “Ik ben ook wel iemand die snel zegt: laat een kind van 5 jaar maar zelf met een mes fruit snijden. Als je als medewerker oplet, vind ik dat dat moet kunnen. En kinderen leren daar heel veel van.”
Hoewel de kinderopvang vooral als verzorging wordt gezien, kijkt Hagenaars liever naar de ontwikkeling van kinderen. Dit jaar is hij gestart als pedagoog bij Kober in Breda, waarbij hij andere pedagogische professionals adviseert en traint. Maar de kinderopvang verlaten wil hij niet. “Het is geweldig om met kinderen om te gaan en ze te helpen in hun ontwikkeling.”